Mechanisme van de groenestroomcertificaten
Sinds 2006 ondersteunt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de productie van groene energie financieel via het systeem van groenestroomcertificaten
Découvrez ci-dessous toutes les informations essentielles pour bien comprendre son fonctionnement.
Principe
De werking berust op twee pijlers :
- Aan de ene kant ontvangen producenten van groene stroom GSC’s voor hun productie.
- Aan de andere kant zijn energieleveranciers verplicht jaarlijks een vastgesteld aantal GSC’s in te dienen. Om aan deze verplichting te voldoen, kopen zij deze certificaten aan bij Brusselse producenten, waardoor vraag en aanbod een marktprijs bepalen. Deze kosten worden uiteindelijk doorberekend aan de eindverbruikers.
BRUGEL speelt een centrale rol in het systeem: Het voert de berekeningen en toekenningen uit, organiseert het quotumsysteem en beheert de transacties op de markt.


Duur
Gecertificeerde installaties hebben recht op een periode van 10 jaar waarin zij in aanmerking komen voor groenestroomcertificaten (GSC).
Voor nieuwe installaties worden het aanvangsmoment van deze toekenningsperiode en de berekening van de GSC als volgt vastgesteld:
- Installaties met een vermogen ≥ 36 kWp: de datum van het certificatiebezoek door de erkende certificeringsorganen (OCA);
- Installaties met een vermogen ≤ 36 kWp: er is geen certificatiebezoek vereist. De startdatum voor de telling van de GSC is dan de datum van het AREI-keuring, opgesteld door een erkende controleorganisme , mits de index van de "groene meter" in dit rapport is opgenomen bij de ingebruikname .
Voorwaarden
Om in aanmerking te komen voor Groencertificaten, moet een productie-installatie certifiée gecertifieerd zijn.
Het type technologie, de datum van indienstname ( AREI keuring) et l het maximale theoretische vermogen (kWe of kWp) bepalen het le toekeningsgraad van de installation voor de volledige duur van haar recht op groenestroomcertificaten.
Toekeningsgraad en coëfficiënten
Het aantal toegekende groenestroomcertificaten (GSC) hangt af van de gebruikte technologie:
- Voor installaties die geen brandstof verbruiken (fotovoltaïsche installaties, windenergie en waterkracht) wordt het toekeningsgraad vastgesteld op 1,81 GSC per geproduceerde megawattuur (MWh);
- Voor installaties die wel brandstof gebruiken (zoals warmtekrachtkoppeling) wordt het toekeningsgraad bepaald op basis van het energetisch rendement en de gerealiseerde CO₂-besparingen.
Op het basistarief kunnen vermenigvuldigingscoëfficiënten worden toegepast om investeringen in bepaalde technologieën, met name fotovoltaïsche installaties, te stimuleren. BRUGEL herberekent deze coëfficiënten jaarlijks.
Elke 1e september worden de vermenigvuldigingscoëfficiënten per categorie herzien om een eenvoudige terugverdientijd van 7 jaar te waarborgen (rekening houdend met de verkoop van elektriciteit, de besparingen op de energiefactuur, enz.). BRUGEL bezorgt deze waarden vervolgens aan de minister van Energie.
Meer details over de berekeningsmodaliteiten vindt u onderaan de pagina.
Vermenigvuldigingscoëfficiënten vanaf 01 avril 2026
Op basis van onze Proposition 36Voorstel 36heeft de minister van Energie de nieuwe vermenigvuldigingscoëfficiënten goedgekeurd voor de berekening van het aantal groenestroomcertificaten (GSC) dat aan fotovoltaïsche installaties wordt toegekend.
Deze nieuwe Vermenigvuldigingscoëfficiënten treden in werking voor installaties die vanaf 1 april 2026 in dienst worden genomen.
* Voor BIPV : zie voorwaarden
Voorbeeld:
Als een installatie van 6 kWp in gebruik wordt genomen, heeft deze recht op 1,739 GSC per geproduceerde MWh .
Op jaarbasis, als deze installatie 4800 kWh produceert, zal ze 8,3 groene certificaten ontvangen.


0,55: referentie-rendement van een gas-stoomturbine, in %
0,9: referentie-rendement van een condensatieketel, in %
217 kg : CO2-emissiecoëfficiënt




